Jaarrekening

6.1 Balans

Balans per 31 december 2016

(na resultaatbestemming in euro's)

Balans per 31 december 2016
  Ref. 31/12/16   31/12/15
ACTIVA        
         
Vaste activa        
Materiële vaste activa 1 3.260.735    3.315.987 
         
Vlottende activa        
Vorderingen en overlopende activa 2 502.123    271.581 
Vorderingen uit hoofde van subsidies 3 1.300.922    2.170.024 
Liquide middelen 4 5.624.579    7.967.743 
Totaal vlottende activa   7.427.624    10.409.347 
         
    10.688.359    13.725.334 
         
PASSIVA Ref. 31/12/16   31/12/15
Eigen vermogen 5      
Kapitaal   454    454 
Algemene reserve   1.217.826    584.508 
Bestemmingsreserves   2.087.886    2.274.453 
Bestemmingsfondsen   653.146    776.529 
Totaal eigen vermogen   3.959.312    3.635.944 
         
Voorzieningen 6 2.282.364    2.206.748 
         
Kortlopende schulden        
Schulden uit hoofde van subsidies 7 498.806    3.852.931 
Kortlopende schulden en overlopende passiva 8 3.947.877    4.029.711 
         
    10.688.359    13.725.334 

6.2 Resultatenrekening

Resultatenrekening over 2016

(in euro's)

Resultatenrekening over 2016
    Ref. Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
OPBRENGSTEN:              
Subsidies Jeugdzorg   10 30.907.940   30.842.258   31.114.088
Overige bedrijfsopbrengsten   11 455.072   360.310   549.541
Som der bedrijfsopbrengsten     31.363.012   31.202.568   31.663.629
               
LASTEN:              
Personeelskosten   12 22.513.977   22.706.446   22.641.297
Afschrijvingen op vaste activa   13 442.342   609.419   562.676
Overige bedrijfskosten   14 8.075.856   7.883.703   8.412.854
Som der bedrijfslasten     31.032.175   31.199.568   31.616.827
               
BEDRIJFSRESULTAAT     330.837   3.000   46.802
               
Financiële baten en lasten   15 ‑3.348   ‑3.000   2.154
               
RESULTAAT BOEKJAAR     327.490   0   48.956

Resultaatbestemming

(in euro's)

Resultaatbestemming
Het resultaat is als volgt verdeeld:     2016       2015
Toevoeging (+) / onttrekking (-):              
Algemene reserve     633.318       ‑352.927
Bestemmingsreserve - Ministerie Veiligheid & Justitie     ‑52.416       77.518
Bestemmingsfonds - Ministerie Veiligheid & Justitie     ‑119.261       ‑4.845
Bestemmingsreserve - Ministerie van OCW     ‑134.151       329.210
      327.490       48.956

6.3 Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht

(in euro's)

Kasstroomoverzicht
  Ref   Over 2016     Over 2015
Bedrijfsresultaat     330.837     46.802
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen 1 442.342     562.676  
- mutaties voorzieningen 6 75.616     ‑137.513  
- overige mutaties eigen vermogen 5 ‑4.123     0  
      513.835     425.163
Veranderingen in vaste activa:            
- subsidie materiële vaste activa 1 0     0  
      0     0
Veranderingen in vlottende middelen:            
- vorderingen 2 ‑230.543     6.769  
- vorderingen/schulden uit hoofde van subsidies 3 ‑2.485.023     2.753.945  
- kortlopende schulden (excl.schulden aan kredietinstellingen) 8 ‑81.832     222.961  
      ‑2.797.398     2.983.674
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     ‑1.952.726     3.455.639
Ontvangen interest 15 0     5.503  
Betaalde interest   ‑3.348     ‑3.349  
      ‑3.348     2.154
Kasstroom uit operationele activiteiten     ‑1.956.074     3.457.793
Investeringen materiële vaste activa 1 ‑708.603     ‑880.266  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 321.513     265.509  
Kasstroom uit investeringsactiviteiten     ‑387.090     ‑614.757
Aflossing langlopende schulden   0     0  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten     0     0
      ‑2.343.164     2.843.035
Stand per 1 januari   7.967.743     5.124.710  
Stand per 31 december   5.624.579     7.967.743  
Mutatie geldmiddelen 4   ‑2.343.164     2.843.034

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

6.4. Algemene toelichting & grondslagen van waardering en resultaatbepaling

6.4.1 Algemeen

Verslaggevingsperiode
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2016, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2016. 

Gegevens rechtspersoon en inschrijving Kamer van Koophandel
Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen is statutair gevestigd te Groningen en heeft haar feitelijke (hoofd)vestiging op Hoogeweg 9 te Groningen. De Stichting is ingeschreven in het Stichtingenregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41009061.

Aard van de activiteiten
Het Poortje Jeugdinrichtingen biedt gedwongen of justitiële jeugdzorg binnen de bredere onderwijs-, justitiële- en jeugdzorgketen. Het Poortje is specialist in het bieden van gesloten behandeling in een drie milieus-setting (wonen, onderwijs/arbeid en vrije tijd). De doelgroep van Het Poortje Jeugdinrichtingen wordt langdurig en structureel in de ontwikkeling bedreigd en kent een multi-complexe problematiek. De regio Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) is het zorggebied voor de organisatie met beperkte overloop uit overige regio’s in Nederland.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn voor de Jaarverslaggeving Hoofdstuk 640, Organisatie-zonder-winststreven en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).        

Continuïteit
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling. De subsidierelatie met Ministerie van VWS is als gevolg van de transitie van jeugdzorgbudgetten overgeheveld naar de gemeenten. Met de gemeenten in de Provincies Groningen, Friesland en Drenthe is een contract afgesloten voor de jaren 2015 tot en met 2017 waarin afspraken zijn gemaakt over de ontwikkeling van capaciteit en beschikbaar budget. Daarnaast zijn in dit contract uitgangspunten opgenomen voor de financiering voor de periode tot en met 2020. Voor 2018 wordt er vanuit gegaan dat het contract wordt verlengd conform deze uitgangspunten.

Foutherstel, schattingswijzigingen en stelselwijzigingen
De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar.  

Vergelijking met de begroting
De in de jaarrekening opgenomen begrotingscijfers zijn gebaseerd op de door de Raad van Bestuur vastgestelde en door de Raad van Toezicht goedgekeurde begroting 2016.
De vergelijkende cijfers zijn, waar nodig, aangepast ten behoeve van de vergelijkbaarheid.    

Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom en uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, zijn niet in het overzicht opgenomen.

Groepsverhoudingen
Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen vormt een groep met Stichting Elker en Stichting Combinatie Elker-Het Poortje. Aan het hoofd van deze groep staat Stichting Combinatie Elker-Het Poortje te Groningen. De jaarrekening van Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

Verbonden rechtspersonen
Alle groepsmaatschappijen worden aangemerkt als een verbonden partij. Transacties tussen groepsmaatschappijen worden in de consolidatie geëlimineerd. Verder is ook het groepshoofd Stichting Combinatie Elker-Het Poortje aan te merken als een verbonden partij. De Stichting heeft de volgende verbonden stichtingen die in de consolidatie van Stichting Combinatie Elker-Het Poortje betrokken zijn:

  • Stichting Combinatie Elker-Het Poortje te Groningen;
  • Stichting Elker te Groningen;
  • Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen te Groningen;
  • Stichting Viyuna (sinds 15 juni 2016). 

De Stichting Combinatie Elker-Het Poortje houdt daarnaast een relatie in Jez Coöperatief U.A.

Het Poortje onderhoudt middels Behandelcentrum Woodbrookers een samenwerkingsrelatie met Jeugdhulp Friesland. Het Poortje is daarbij hoofdaannemer en Behandelcentrum Woodbrookers onderaannemer. Het Poortje brengt binnen Woodbrookers 24 plaatsen gesloten JeugdzorgPlus in en stelt daarvoor subsidie beschikbaar. De bij de 24 plaatsen gesloten jeugdzorg behorende subsidie bedraagt € 2.783.762. Dit subsidiebedrag is inclusief € 267.226 kapitaalslasten van het ministerie van VWS en € 51.428 vervoerskosten van het RIGG. De subsidie is beschikbaar gesteld aan Stichting Woodbrookers ten behoeve van hun exploitatie, welke vervolgens een subsidieverantwoording overlegt aan Het Poortje.

De ontvangst van deze subsidie en het doorbetalen daarvan aan Woodbrookers is afzonderlijk verwerkt in de exploitatiecijfers van deze jaarrekening. Daarnaast zijn de door Behandelcentrum Woodbrookers gemaakte kosten afzonderlijk verantwoord onder de lasten. Woodbrookers stelt een eigen jaarrekening op die gepubliceerd wordt op jaarverslagenzorg.nl. Het Poortje is verantwoordelijk voor de subsidieafrekening met het RIGG. Aan de Stichting Woodbrookers heeft Het Poortje vergoedingen in rekening gebracht voor bestuur en administratiekosten, ten bedrage van € 27.323. Deze bijdrage is verwerkt in de overige bedrijfsopbrengsten.

Subsidieregeling
Bij het samenstellen van de jaarrekening en verantwoording is rekening gehouden met de aanwijzingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het RIGG en met de aanwijzingen zoals aangegeven in RJ 660.403, de toelichtende brochure bij de richtlijn Jaarverslag Onderwijs en de aanvullende afspraken met betrekking tot het onderwijscomponent in de jaarverslaggeving in de brief 389858 d.d. 25 april 2012. 

6.4.2 Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva
Activa en passiva worden tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Het Poortje zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans, als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen als een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of van betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat ook de functionele valuta is van Het Poortje. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op gehele euro's.

Gebruik van schattingen
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa, verplichtingen, baten en lasten. De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen en de materiële vaste activa zijn naar de mening van het bestuur het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen. Deze schattingen en veronderstellingen zijn nader toegelicht in de waarderingsgrondslagen op de balansposten in de jaarrekening. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Materiële vaste activa
Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Voor zover subsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen. Door het Ministerie van Veiligheid en Justitie goedgekeurde vaste activa worden gewaardeerd tegen de laagste van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en het goedgekeurde investeringsbedrag onder aftrek van de ontvangen investeringssubsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten. Het meerdere boven het goedgekeurde investeringsbedrag wordt ten laste van de exploitatie gebracht. Voor de vaste activa waarvoor in de bekostigingssystematiek geen substitutievrijheid bestaat binnen het verkregen budget, is de afschrijvingsperiode gelijk aan de in de bekostigingssystematiek voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Voor die vaste activa waarvoor binnen de bekostigingssystematiek of de verkregen subsidie substitutievrijheid bestaat, zijn de afschrijvingstermijnen gebaseerd op de geschatte toekomstige gebruiksduur.   

Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten. Rentelasten gedurende de bouw worden niet geactiveerd.

De volgende afschrijvingspercentages (in procenten van de aanschafwaarde minus eventuele restwaarde) worden hierbij gehanteerd: 

  • Bedrijfsgebouwen: 0-10%.
  • Machines en installaties: 10-12,5%.
  • Andere vaste bedrijfsmiddelen: 10-25%. 

Bijzondere waardeverminderingen vaste activa
Het Poortje beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.

Financiële instrumenten
Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten.

Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Deze worden gescheiden van het basiscontract en apart verantwoord indien de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract en het daarin besloten derivaat niet nauw verwant zijn, indien een apart instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat aan de definitie van een derivaat zou voldoen en het gecombineerde instrument niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening.

In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Financiële instrumenten, inclusief de van de basiscontracten gescheiden afgeleide financiële instrumenten, worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de winst- en verliesrekening tenzij hierna anders beschreven.

Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van verwachte oninbaarheid. Bij de bepaling van deze voorziening wordt de statische methode gehanteerd. 

Verstrekte leningen en overige vorderingen
Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode.

Afgeleide financiële instrumenten
Afgeleide instrumenten worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde.

Eigen vermogen
Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen Kapitaal, Algemene reserve, Bestemmingsreserves en Bestemmingsfondsen.

Kapitaal
Onder kapitaal is opgenomen het bij oprichting van de Stichting ingebracht kapitaal.

Algemene reserve
Onder Algemene reserve is opgenomen dat deel van het eigen vermogen, waarover de bevoegde organen binnen de statutaire doelstellingen van de Stichting vrij kunnen beschikken.

Bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de Stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan.

Bestemmingsfondsen
Bestemmingsfondsen zijn reserves waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. 

Aanwending van bestemmingsreserves en -fondsen
Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in de resultatenrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve gebracht.
Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.                        

Voorzieningen (algemeen)
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij het effect van de tijdswaarde van te verwaarlozen betekenis is. Als disconteringsvoet voor de contant making is het rentepercentage op 0,85% gesteld. Voor Portalis (segment Ministerie OCW) is een disconteringsvoet van 1% aangehouden.  

Vanwege de lagere rentestand ultimo 2016 (0,35%) is de stand ultimo 2015 van 0,85% gehanteerd. Verwacht wordt namelijk dat de rente in de toekomst weer gaat stijgen. Voor de voorzieningen jubileumverplichtingen, vitaliteit en garantie is rekening gehouden met een uitstroomkans, welke de toekomstige jaarlijkse verplichting verlaagt naarmate die verplichting verder in de toekomst ligt.
Er is sprake van een doorgevoerde schattingswijziging in de toegepaste uitstroomkans. De voorzieningen zijn op balansdatum 1 januari 2016 nog gewaardeerd tegen een uitstroomkans van 12,6%. Dit is ultimo 2016 vanwege de ontwikkelingen in het personele verloop bijgesteld naar 18,7%.

Voorziening Jubileumverplichtingen
De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op de verplichtingen op basis van de cao, een blijfkansberekening per leeftijdsjaar en jubileumleeftijd.      

Voorziening Vitaliteit
De voorziening betreft de contante waarde van het vanwege de cao uit te keren vitaliteitsbudget aan medewerkers vanaf de maand waarin medewerker 10 jaar jonger is dan de voor hem op dat moment geldende AOW leeftijd. De berekening is gebaseerd op de verplichtingen op basis van de cao, een uitstroomkans van 18,7% per jaar en leeftijd en is contant gemaakt tegen een percentage van 0,85% per jaar. 

Voorziening Garantie
De voorziening betreft de contante waarde van het vanwege de cao uit te keren garantieverlof aan medewerkers die 55 jaar of ouder zijn of 55 jaar worden, geboren zijn vóór 1-1-1961, vóór 1-1-2006 in dienst waren van een werkgever die valt onder de werkingssfeer van de cao Jeugdzorg en dat tot 1-1-2010 onafgebroken zijn geweest. De berekening is gebaseerd op de verplichtingen op basis van de cao, een uitstroomkans van 18,7% per jaar en leeftijd en is contant gemaakt tegen een percentage van 0,85% per jaar. 

Voorziening Langdurig zieken
De voorziening betreft de toekomstige verplichtingen van salarisdoorbetaling voor langdurig zieke medewerkers tot het moment waarop sprake is van 2 jaar ziekte. Langdurige ziekte is vastgesteld op basis van de op moment van balansdatum bekende ziektegevallen, waarbij op basis van ziektehistorie en rapportages van de Arbodienst door het management een inschatting is gemaakt van de kans op herstel binnen de periode van 2 jaar ziekte. De opgenomen voorziening betreft in dat geval de doorbetaling van loonkosten tot moment van 2 jaar ziek. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde. 

Voorziening Reorganisatie en 57plus
De voorziening reorganisatie wordt gevormd voor de toekomstige loonkosten, herplaatsings- en afvloeiingskosten en verwachte wachtgeldverplichtingen van boventallig verklaard personeel.

Voorziening Onderhoud gebouw
De voorziening onderhoud gebouw wordt gevormd voor de verwachte kosten inzake periodiek (groot) onderhoud van panden en installaties gebaseerd op een meerjaren onderhoudsplan. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening Onregelmatigheidstoeslag
Medewerkers die recht hebben op onregelmatigheidstoeslag (ORT) over gewerkte uren krijgen vanaf 2016 het gemiddelde ORT doorbetaald tijdens het vakantie verlof. De voorziening ORT verplichting betreft de inschatting van de kosten van de verplichting tot uitbetaling van ORT gedurende de vakantie voor de periode voor 2016. De voorziening is gebaseerd op de nominale waarde.   

6.4.3 Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van ee verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.  

Subsidies jeugdzorg
Onder subsidies jeugdzorg worden de baten verantwoord uit hoofde van geleverde prestaties op het gebied van verleende gesloten jeugdzorg, besloten jeugdzorg en onderwijs. Als realisatiemoment geldt het moment waarop de betreffende prestaties op grond van de geldende voorschriften of richtlijnen gedeclareerd kunnen worden bij de subsidiegever.

Overige bedrijfsopbrengsten
Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. 

Personeelskosten
Periodiek betaalbare beloningen
Lonen en salarissen en andere personeelslasten worden verantwoord in de periode waarin personeel op grond van de arbeidsvoorwaarden het recht op beloning verkrijgt. Sociale lasten worden toegerekend aan dezelfde periode als de lonen en salarissen waaraan deze sociale lasten direct kunnen worden toegerekend.

Personeelslasten
Voor de beloningen met opbouw van rechten, sabbatical leave, persoonlijke levensfase budget of vitaliteit worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Op balansdatum wordt hiertoe een verplichting opgenomen. De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting per balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (CAO en individuele arbeidsovereenkomst). Ontvangen bijdragen voortvloeiend uit levensloopregelingen worden in aanmerking genomen in de periode waarover deze bijdragen zijn verschuldigd. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.  

Pensioenen
De Stichting heeft voor haar werknemers een toegezegd-pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij de Stichting. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en het ABP. De Stichting betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraagd van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij hoort ook een nieuwe berekening van de dekkingsgraad. De nieuwe dekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Door een gemiddelde te gebruiken zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. Op 31 december 2023 moet de dekkingsgraad minimaal 123% zijn. Het pensioenfonds verwacht hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Ultimo 2016 was de dekkingsgraad van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn 90,1% en van het ABP 96,6%.

De Stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De Stichting heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.  

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door de stichting. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. 

Afschrijvingen
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven.
Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Overige bedrijfskosten
De overige bedrijfskosten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Leasing
De Stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend, en niet zozeer de juridische vorm. Als de Stichting optreedt als lessee in een operationeel lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

6.4.4 Grondslagen van segmentering

In de jaarrekening wordt overeenkomstig RJ 640 en de subsidievoorschriften van de Ministeries van Veiligheid & Justitie, Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten.een segmentatie van de resultatenrekening gemaakt in de volgende segmenten:

  • Segment 1: Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)
  • Segment 2: Portalis (Ministerie van OCW)
  • Segment 3: Wilster (Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten)

Bij de verdeling van de resultatenrekening per bedrijfssegment is aangesloten op de activiteiten per subsidieverstrekker. De verdeling van indirecte kosten over de te onderscheiden zorgsoorten geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten:

  • Voor segment Ministerie van OCW vindt toerekening van indirecte kosten plaats op basis van werkelijke kosten op een vooraf afgesproken niveau conform begroting;
  • Voor de overige indirecte kosten vindt een algemene verdeelsleutel plaats met toerekening aan segment Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten;
    • indirecte personeelskosten: verdeling Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten. Op basis van 37,5%-62,5%;
    • indirecte materiële kosten: verdeling Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten. Op basis van 37,5%-62,5%;
    • indirecte overige kosten: verdeling Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten. Op basis van 37,5%-62,5%.

De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de begroting 2016. 

6.4.5 Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.  

6.5 Toelichting op balans

1. Materiële vaste activa

(in euro's)

1. Materiële vaste activa
De specificatie is als volgt :   31/12/16   31/12/15
Bedrijfsgebouwen en terreinen   1.900.148   1.893.223
Machines en installaties   405.467   388.838
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting   782.504   704.372
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa   172.617   329.554
    3.260.735   3.315.987

Verloop materiële vaste activa 2016

(in euro's)

Verloop materiële vaste activa 2016
  Bedrijfsgebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruit-betalingen op MVA Totaal
Boekwaarde per 1 januari 1.893.223 388.838 704.372 329.554 3.315.987
Bij: investeringen 99.003 124.224 320.799 164.577 708.603
Af: afschrijvingen ‑92.079 ‑107.596 ‑242.667 0 ‑442.342
Af: desinvesteringen 0 0 0 0 0
Af: geactiveerde activa in uitvoering 0 0 0 ‑321.513 ‑321.513
Boekwaarde per 31 december 1.900.148 405.467 782.504 172.617 3.260.735
           
Aanschafwaarde 14.420.766 1.574.902 6.675.500 172.617 22.843.785
Subsidie ‑5.666.203       ‑5.666.203
Cumulatieve afschrijvingen ‑6.854.415 ‑1.169.435 ‑5.892.997 0 ‑13.916.847
  1.900.148 405.467 782.504 172.617 3.260.735
           
Gehanteerde afschrijvings-percentages 0 - 10% 10 - 12,5% 10 - 25% 0%  

De activa zijn waar mogelijk toegewezen aan de te onderscheiden segmenten om aan te sluiten bij de subsidievoorwaarden van de ministeries. Er zijn echter activa die niet verdeeld kunnen worden. Deze zijn verantwoord onder de noemer Het Poortje Algemeen.

Het Poortje Algemeen

(in euro's)

Het Poortje Algemeen
  Bedrijfs- gebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruit-betalingen op MVA Totaal
Boekwaarde per 1 januari 295.896 214.370 256.549 261.722 1.028.537
Bij: investeringen 0 0 284.329 0 284.329
Af: afschrijvingen ‑23.800 ‑50.545 ‑101.768 0 ‑176.113
Af: geactiveerde activa in uitvoering 0 0 0 ‑261.722 ‑261.722
Boekwaarde per 31 december 272.096 163.825 439.109 0 875.031
           
Aanschafwaarde 353.682 512.419 2.288.574 0 3.154.675
Cumulatieve afschrijvingen ‑81.587 ‑348.594 ‑1.849.465 0 ‑2.279.646
  272.096 163.826 439.109 0 875.031
           
Gehanteerde afschrijvings- percentages 0 - 10% 10% 12,5 - 25% 0%  

De materiële vaste activa van Bestuur en Bedrijfsvoering bestaan per 1 januari uit:

  • Eigen bijdrage in de brandscan: € 295.896;          
  • Machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting, bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op MVA  ten behoeve van de dienstverlening door de bedrijfsvoering aan de specialisaties: € 732.641.

De afschrijvingskosten uit deze materiële vaste activa maken deel uit van de indirecte materiële kosten, die worden toegerekend aan de bedrijfssegmenten Juvaid en Wilster, zie ook de grondslagen van segmentering 6.4.4.  

Segment 1: Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)

(in euro's)

Segment 1: Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)
  Bedrijfs- gebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruit-betalingen op MVA Totaal
Boekwaarde per 1 januari 122.426 52.284 196.459 42.846 414.015
Bij: investeringen 42.846 0 1.870 44.209 88.925
Af: afschrijvingen ‑8.696 ‑13.844 ‑59.847 0 ‑82.387
Af: geactiveerde activa in uitvoering 0 0 0 ‑42.846 ‑42.846
Boekwaarde per 31 december 156.576 38.439 138.484 44.209 377.708
           
Aanschafwaarde 2.670.751 212.668 2.126.272 44.209 5.053.900
Cumulatieve afschrijvingen ‑2.514.175 ‑174.229 ‑1.987.788 0 ‑4.676.192
  156.576 38.439 138.484 44.209 377.708
           
Gehanteerde afschrijvings- percentages 4 - 10% 10% 10 - 25%    

Bij het schrijven van het Ministerie van Justitie d.d. 12 september 2003 en 15 augustus 2006 zijn er subsidies verstrekt voor de afschrijvingscomponent van de overdracht van de gebruikszaken van de Veenpoort. De afschrijvingen lopen parallel aan de subsidieverstrekking. De investeringen voor een bedrag van € 1.918.799 in 2003 zijn in 5 jaar afgeschreven en een investering voor een bedrag van € 1.259.742 wordt in 10 jaar afgeschreven. 

Segment 2: Portalis (Ministerie van OCW)

(in euro's)

Segment 2: Portalis (Ministerie van OCW)
  Bedrijfs- gebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruit-betalingen op MVA Totaal
Boekwaarde per 1 januari 43.422 127.653 0 171.075
Bij: investeringen 0 30.592 8.819 30.592
Af: afschrijvingen ‑2.962 ‑32.841 0 ‑35.803
Af: geactiveerde activa in uitvoering        
Boekwaarde per 31 december 40.460 125.406 8.819 165.866
         
Aanschafwaarde 176.466 672.699 8.819 849.165
Cumulatieve waardeverminderingen        
Cumulatieve afschrijvingen ‑136.006 ‑547.293 0 ‑683.300
  40.460 125.406 8.819 165.866
         
Gehanteerde afschrijvings- percentages 1,7% 10 - 25%    

Segment 3: Wilster

(in euro's)

Segment 3: Wilster
  Bedrijfs- gebouwen en terreinen Machines en installaties Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en administratieve uitrusting Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruit- betalingen op MVA Totaal
Boekwaarde per 1 januari 1.431.481 122.184 123.710 24.986 1.702.361
Bij: investeringen 56.157 124.224 4.009 111.549 295.940
Af: investeringssubsidies          
Af: afschrijvingen ‑56.622 ‑43.207 ‑48.211 0 ‑148.040
Af: geactiveerde activa in uitvoering 0 0 0 ‑16.946 ‑16.946
Boekwaarde per 31 december 1.431.017 203.201 79.508 119.589 1.833.315
           
Aanschafwaarde 11.219.868 849.814 1.587.956 119.589 13.777.227
Subsidie ‑5.666.203 0 0 0 ‑5.666.203
Cumulatieve afschrijvingen ‑4.122.648 ‑646.613 ‑1.508.448 0 ‑6.277.708
  1.431.017 203.201 79.508 119.589 1.833.315
           
Gehanteerde afschrijvings- percentages 0 - 10% 10 - 12,5% 10 - 25%    
  • Bij schrijven van het Ministerie van Justitie d.d. 11 november 1987 is toestemming verkregen om uitvoering te geven aan de nieuwbouw tot een bedrag van ƒ 10.000.000 (€ 4.537.802). Door het Ministerie van Justitie is een bouwsubsidie verstrekt van ƒ 4.000.000 (€ 1.815.121), het resterende bedrag ad ƒ 6.000.000 (€ 2.722.681) is in 1988 gefinancierd door een beroep te doen op de kapitaalmarkt.
  • Bij schrijven van het Ministerie van Justitie d.d. 16 mei 1997, 25 juni 1998 en 8 december 1998 is toestemming verkregen om uitvoering te geven aan de nieuwbouw tot een bedrag van ƒ 10.183.257 (€ 4.620.961). Door het Ministerie van Justitie is een bouwsubsidie verstrekt van ƒ 10.183.257 (€ 4.620.961).  
  • Bij schrijven van het Ministerie van Justitie d.d. 19 mei 1999, 10 september 1999 en 3 februari 2000 is toestemming  verkregen om uitvoering te geven aan de nieuwbouw tot een bedrag van ƒ 11.519.699 (€ 5.227.412) en bij schrijven van 12 december 2000 voor de verbouw en achterstallig onderhoud ƒ 1.046.953 (€ 475.807).
  • Bij schrijven van het Ministerie van Justitie d.d. 16 juli 2002 is toestemming verkregen om uitvoering te geven aan de uitbreiding van 4 afdelingen beperkt beveiligde plaatsen en voor het project kantoorvoorzieningen tot een bedrag van € 9.345.000, en bij schrijven d.d. 11 december 2002 voor renovatie Waterpoort tot een bedrag van € 197.902.
  • In het kader van de overgang van de bekostiging van de JeugdzorgPlus van het Ministerie van VWS naar de gemeenten per 1 januari 2015 (transitie jeugdzorg), is betreffende het boekjaar 2014 met het Ministerie van VWS een subsidie voor toekomstige kapitaallasten overeengekomen van € 5.666.203. Deze subsidie is begin 2015 ontvangen en per 31 december 2014 in mindering gebracht op de boekwaarde van het gebouw aan de Hoogeweg 9 te Groningen.   

2. Vorderingen en overlopende activa

(in euro's)

2. Vorderingen en overlopende activa
De specificatie is als volgt :   31/12/16   31/12/15
Overige vooruitbetaalde bedragen   135.945   50.742
Stichting Elker   125.518   0
Vorderingen op debiteuren   84.455   65.601
Vooruitbetaalde verzekeringspremies   43.042   42.619
Overlopende posten te ontvangen   35.040   0
Vooruitbetaalde huisvestingskosten   27.003   34.536
Projectmatig onderhanden werk   23.747   0
Overige vorderingen   14.125   11.509
Stichting Viyuna   9.517   0
Te vorderen ziektekosten jeugdigen   3.731   12.195
Energiebelasting   0   37.204
Vooruitbetaalde vrijwillige ziektekostenverzekering   0   17.174
    502.123   271.581

De overige vooruitbetaalde bedragen bestaan grotendeels uit vooruitbetaalde licenties ten behoeve van de ICT. De resterende looptijd van de vorderingen is korter dan 1 jaar.

3. Vorderingen uit hoofde van subsidies

(in euro's)

3. Vorderingen uit hoofde van subsidies
    31/12/16   31/12/15
Ministerie van Veiligheid en Justitie inzake ESF   604.326   1.853.665
Ministerie van OCW   173.597   170.326
Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten   522.998   0
Vorderingen op buitenregionale gemeenten   0   146.032
    1.300.922   2.170.024

Toelichting:

(in euro's)

Toelichting:
  Subsidiejaar   Stadium van vaststelling      
Ministerie van Veiligheid en Justitie inzake ESF       31/12/16   31/12/15
ESF Subsidie 2013   Afgerekend 0   1.074.183
ESF Subsidie 2014   Afgerekend 0   425.156
ESF Subsidie 2015   Onderhanden 354.326   354.326
ESF Subsidie 2016   Onderhanden 250.000   0
        604.326   1.853.665
Ministerie van OCW            
Instellingssubsidie 2015-2016   Afgerekend 0   170.326
Instellingssubsidie 2016-2017   Onderhanden 173.597   0
        173.597   170.326
Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten            
Subsidie gemeenten RIGG 2015   onderhanden ‑852.520   0
Subsidie gemeenten RIGG 2016   onderhanden 1.327.563   0
Vervoerskosten gemeenten RIGG 2016   onderhanden 47.955   0
        522.998   0
Gemeenten            
Vorderingen op buitenregionale gemeenten 2015   Nog te ontvangen 0   146.032
        0   146.032

De verantwoorde ESF subsidies zijn schattingen naar beste inzicht gedaan op basis van ervaringen uit het verleden ten aanzien van controlecorrecties en de uiteindelijke definitieve vaststelling van de ingediende eindverantwoording.

De vorderingen op buitenregionale gemeenten betreffen vorderingen op gemeenten buiten de 58 gemeenten in de provincies Friesland, Drenthe en Groningen. De openstaande vorderingen zijn in 2016 100% voorzien uit voorzichtigheidsprincipe.       

4. Liquide middelen

(in euro's)

4. Liquide middelen
De specificatie is als volgt :   31/12/16   31/12/15
Bankrekeningen   5.598.500   7.947.860
Kassen   26.079   19.883
    5.624.579   7.967.743

De liquide middelen staan ter vrije besteding van Het Poortje Jeugdinrichtingen. Het saldo staat hoofdzakelijk uit bij de Schatbankierfaciliteit van het Ministerie van Financiën.

5. Eigen vermogen

(in euro's)

5. Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:   31/12/16   31/12/15
Kapitaal   454   454
Algemene reserve   1.217.826   584.508
Bestemmingsreserves   2.087.886   2.274.453
Bestemmingsfondsen   653.146   776.529
    3.959.312   3.635.944

(in euro's)

Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1/1/16   Resultaatbestemming   Overige mutaties   Saldo per 31/12/16
Kapitaal   454   0   0   454
Algemene reserve   584.508   633.318   0   1.217.826
Bestemmingsreserve - Ministerie van OCW   2.548.043   ‑134.151   0   2.413.891
Bestemmingsreserve - Ministerie van Veiligheid en Justitie   ‑273.590   ‑52.416   0   ‑326.006
Bestemmingsfonds - Ministerie van Veiligheid en Justitie   776.529   ‑119.261   ‑4.122   653.146
    3.635.944   327.490   ‑4.122   3.959.312

Resultaatbestemming
Het resultaat wordt verdeeld volgens de resultaatverdeling in paragraaf 6.2

Algemene reserve
In het kader van de transitie en overgang van de jeugdzorg per 1 januari 2015 is de bestemmingsreserve en het bestemmingsfonds van Ministerie van VWS via een overige mutatie overgeheveld naar de algemene reserve. Vanaf 2015 wordt het resultaat van segment Wilster via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve.

Bestemmingsreserve Ministerie van OCW
De mutatie van de bestemmingsreserve van Ministerie van OCW betreft het resultaat van het segment Portalis.

Bestemmingsreserve en bestemmingsfonds Ministerie van Veiligheid en Justitie
Voor de voorziening langdurig zieken en voorziening reorganisatie wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie geen toestemming gegeven. Daardoor worden de voorzieningen uit het bestemmingsfonds van het Ministerie van Veiligheid en Justitie gehaald en toegekend aan de bestemmingsreserve.

Overige mutaties
Betreft een correctie naar aanleiding van de afrekening van het Ministerie van Veiligheid en Justitie van voorgaand jaar.                                                                                                                                                  

6. Voorzieningen

(in euro's)

6. Voorzieningen
Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1/1/16   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31/12/16
Voorziening jubileumuitkeringen   209.559   61.475   0   0   271.034
Voorziening vitaliteit en garantie   1.003.562   0   0   463.398   540.164
Voorziening langdurig zieken   227.935   0   0   162.837   65.098
Voorziening onderhoud gebouw   578.423   268.324   0   47.388   799.359
Voorziening reorganisatie en 57plus   187.269   350.000   81.149   35.412   420.709
Voorziening onregelmatigheidstoeslag   0   186.000   0   0   186.000
    2.206.748   865.799   81.149   709.034   2.282.364

(in euro's)

Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moet worden beschouwd:                   31/12/16
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jaar)                   964.515
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jaar)                   1.317.849
Hiervan langlopend (> 5 jaar)                   217.847

Voorziening jubileumuitkeringen
De jubilea voorziening is gevormd voor toekomstige jubilea uitkeringen voor alle segmenten van Het Poortje. De disconteringsvoet voor de jubileumvoorziening van Ministerie van OCW wijkt af van Ministerie van Veiligheid en Justitie en het RIGG. De disconteringsvoet voor Ministerie van OCW bedraagt 4%. De disconteringsvoet voor Ministerie van Veiligheid en Justitie en het RIGG bedraagt 0,85%.

Voorziening vitaliteit en garantie
De voorziening vitaliteit is gevormd in 2008 voor Wilster en Juvaid als gevolg van een wijziging in de richtlijnen van de jaarverslaggeving. In 2009 is de regeling in de cao gewijzigd waardoor een garantieregeling voor oude rechthebbenden is ontstaan. De waarde van toekomstige aanspraken uit hoofde van deze nieuwe regelingen voor Wilster en Juvaid worden onder deze noemers gepresenteerd. Er is dezelfde disconteringsvoet bij de waardering op contante waarde van de voorziening vitaliteit en garantie toegepast als in 2015. De hierbij gehanteerde rentevoet bedraagt 0,85%. In 2016 is een bedrag van € 463.398 vrij gevallen doordat personeelsleden van de staf vanaf 1 januari 2016 zijn overgegaan naar de Stichting Combinatie Elker - Het Poortje.  
                                                             
Voorziening langdurig zieken
De voorziening langdurig zieken is gevormd voor de medewerkers die al lange tijd afwezig zijn wegens ziekte en waarvan de verwachting is dat deze niet terug zullen keren in hun functie.  

Voorziening onderhoud gebouw
De voorziening onderhoud gebouw heeft specifiek betrekking op het gebouw van Wilster te Groningen. Per 2013 is besloten om deze voorziening in te stellen om de jaarlijkse verwachte uitgaven voor gepland groot onderhoud aan het gebouw te kunnen spreiden, zonder dat dit grote fluctuaties geeft in de exploitatie. De jaarlijkse dotatie is gebaseerd op een inventarisatie en onderhoudsplanning uitgevoerd door een extern bureau, leidend tot een 10 jaren plan voor te plannen onderhoudsuitgaven. Afgelopen jaar is er minder uit de voorziening onttrokken dan vooraf verwacht zou worden volgens het 10 jaren plan.

Voorziening reorganisatie en 57plus
De voorziening reorganisatie is in 2013 ontstaan vanwege een doorgevoerde reorganisatie, waarbij ongeveer 12 fte gedwongen moesten afvloeien. Voor nog ongeveer 4 fte zijn per ultimo 2015 nog kosten te verwachten die in de toekomst voldaan moeten worden. Het gaat hierbij om de wachtgeldverplichtingen. Op 1 januari 2015 is de bekostiging van de JeugdzorgPlus van het Rijk overgeheveld naar de gemeenten. Tezamen met de transitie wordt landelijk een bezuiniging doorgevoerd op het totale Jeugdzorgbudget van 15% over de jaren 2015 tot en met 2017. Om deze krimp te kunnen bekostigen wordt binnen Het Poortje een reorganisatie doorgevoerd.

Voorziening onregelmatigheidstoeslag
Medewerkers die recht hebben op onregelmatigheidstoeslag (ORT) over gewerkte uren krijgen vanaf 2016 het gemiddelde ORT doorbetaald tijdens het vakantie verlof. Op basis van rechterlijke uitspraken over de verplichting tot uitbetaling van ORT gedurende de vakantie voor de periode voor 2016 is een voorziening gevormd voor deze verplichting. In 2016 is op grond van de inschattingen en waarderingssystematiek € 186.000 gedoteerd aan de voorziening ORT verplichting.  

Segment 1: Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)

(in euro's):

Segment 1: Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)
Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1/1/16   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31/12/16
Voorziening jubileumuitkeringen   60.714   19.269   0   0   79.983
Voorziening vitaliteit en garantie   354.599   0   0   138.044   216.555
Voorziening langdurig zieken   67.280   0   0   46.995   20.285
Voorziening reorganisatie en 57plus   43.605   37.500   17.089   0   64.016
Voorziening onregelmatigheidstoeslag   0   79.000   0   0   79.000
    526.198   135.769   17.089   185.039   459.838

(in euro's)

                    31/12/16
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jaar)                   170.936
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jaar)                   288.902
Hiervan langlopend (> 5 jaar)                   77.219

Segment 2: Portalis (Ministerie van OCW)

(in euro's)

Segment 2: Portalis (Ministerie van OCW)
Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1/1/16   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31/12/16
Jubilea voorziening   29.840   8.019   0   0   37.859
    29.840   8.019   0   0   37.859

(in euro's)

                    31/12/16
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jaar)                   3.665
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jaar)                   34.194
Hiervan langlopend (> 5 jaar)                   23.923

Segment 3: Wilster

(in euro's)

Segment 3: Wilster
Het verloop is als volgt weer te geven:   Saldo per 1/1/16   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31/12/16
Jubilea voorziening   119.005   34.187   0   0   153.192
Voorziening vitaliteit en garantie   648.962   0   0   325.354   323.608
Voorziening langdurig zieken   160.655   0   0   115.841   44.813
Voorziening onderhoud gebouw   578.423   268.324   0   47.388   799.359
Voorziening reorganisatie en 57plus   143.664   312.500   64.060   35.412   356.693
Voorziening onregelmatigheidstoeslag   0   107.000   0   0   107.000
    1.650.709   722.011   64.060   523.995   1.784.665

(in euro's)

                    31/12/16
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jaar)                   789.914
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jaar)                   994.751
Hiervan langlopend (> 5 jaar)                   116.705

7. Schulden uit hoofde van subsidies

(in euro's)

7. Schulden uit hoofde van subsidies
De specificatie is als volgt :   31/12/16   31/12/15
Ministerie van Veiligheid en Justitie   498.806   3.000.411
Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten   0   852.520
Totaal te verrekenen subsidies   498.806   3.852.931

Toelichting:

(in euro's)

Toelichting:
Ministerie van Veiligheid en Justitie   Subsidiejaar   Stadium van vaststelling   31/12/16   31/12/15
Instellingssubsidie   2015   Voorschot   455.844   451.762
Instellingssubsidie   2016   Voorschot   42.962   2.548.649
            498.806   3.000.411
                 
                 
Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten   Subsidiejaar   Stadium van vaststelling   31/12/16   31/12/15
Subsidie gemeenten RIGG   2015   onderhanden   0   852.520
            0   852.520

8. Kortlopende schulden en overlopende passiva

(in euro's)

8. Kortlopende schulden en overlopende passiva
De specificatie is als volgt :   31/12/16   31/12/15
Crediteuren   887.933   699.598
Belastingen en sociale premies   686.053   930.209
Vakantiegeld   454.857   572.522
Stichting Combinatie Elker - het Poortje   375.272   0
Vakantiedagen   357.611   375.483
Schulden inzake pensioenen   242.294   276.287
Overige schulden   197.967   292.403
Energie   154.311   103.209
Te verrekenen uitkeringen personeel   119.359   313.691
Te verrek. Huisvestingskosten   113.383   57.943
Overlopende facturen te betalen   103.291   173.684
Behandelcentrum Woodbrookers   80.335   0
Nog te betalen salarissen   66.283   67.701
Te verrekenen accountantskosten   49.308   60.000
Te verrekenen reiskostenvergoeding   25.020   25.020
Te verrekenen administratiekosten   24.000   26.000
Projectmatig onderhanden werk   10.600   3.273
Stichting Elker   0   52.687
    3.947.877   4.029.711

De resterende looptijd van de schulden is korter dan 1 jaar.

Financiële instrumenten en risicobeheersing     

Algemeen
Het Poortje maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de instelling blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s. Deze betreffen financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen. Het Poortje handelt niet in financiële derivaten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van aan de instellingen verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende instrumenten. De contractwaarde of fictieve hoofdsommen van de financiële instrumenten zijn slechts een indicatie van de mate waarin van dergelijke financiële instrumenten gebruik wordt gemaakt en niet van het bedrag van de krediet- of marktrisico’s.                           

Kredietrisico
De vorderingen die Het Poortje heeft uit staan op balansdatum bestaan hoofdzakelijk uit vorderingen op het Ministerie van Veiligheid en Justitie, Ministerie van OCW, Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten en gemeenten. Voor het afdekken van het kredietrisico is door Het Poortje een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de vorderingen.

Renterisico en kasstroomrisico
Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. Het huidige beleid van Het Poortje is om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

Liquiditeitsrisico
De instelling bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de instelling steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.                          

Reële waarde
De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële instrumenten wijkt niet materieel af van de boekwaarde.

9. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

9. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

De Stichting heeft de volgende meerjarige verplichtingen uit hoofde van lopende contracten en overeenkomsten. 

(in euro's).

Meerjarige financiële verplichtingen   betaalbaar binnen 1 jaar   betaalbaar
1-5 jaar
  betaalbaar
na 5 jaar
  Totaal
31/12/16
Huur gebouw Woodbrookers (Portalis)   54.000   108.000   0   162.000
Lease auto's   13.386   9.071   0   22.458
Lease kopieermachines   36.525   63.918   0   100.443
Lease koffieautomaten   4.617   16.161   0   20.778
    108.528   197.151   0   305.679

Fiscale eenheid
Vanaf 1 januari 2014 maken Stichting Combinatie Elker-Het Poortje te Groningen, Stichting Elker te Groningen en Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen te Groningen deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. In 2016 is Stichting Viyuna toegevoegd aan de fiscale eenheid. Op grond van de voegingsvoorwaarden is iedere participant van deze fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van deze fiscale eenheid als geheel vanaf 1 januari 2014.

VPB-plicht Jeugdzorg
Door de invoering van de Jeugdwet met ingang van 1 januari 2015, zijn gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie van jeugdzorg/-hulp aan haar minderjarige inwoners. Hiertoe sluiten gemeenten contracten af met de diverse aanbieders van jeugdzorg/-hulp. Voor de jeugdzorginstelling zelf kan de wijziging van subsidiebekostiging (tot 2015) naar bekostiging op contractsbasis (vanaf 2015) -meer dan voorheen- tot het risico van (gedeeltelijke) vennootschapsbelastingplicht leiden.

Oorzaak van deze eventuele vennootschapsbelastingplicht ligt in het feit dat jeugdzorginstellingen veelal geen beroep meer kunnen doen op het zogenoemde ‘subsidie-besluit’, omdat niet meer wordt voldaan aan de bijbehorende voorwaarden. Daardoor wordt naar verwachting (veel) sneller aangenomen dat jeugdzorginstellingen (meestentijds stichtingen) een onderneming in fiscale zin drijven met (gedeeltelijke) vennootschapsbelastingplicht tot gevolg.

Eenmaal vennootschapsbelastingplichtig is voor deze instellingen vervolgens van belang of er nog andere mogelijkheden c.q. vrijstellingen zijn om (gedeeltelijke) vennootschapsbelastingplicht te voorkomen. Hierbij valt onder meer te denken aan de zogenoemde ‘zorgvrijstelling’ in de vennootschapsbelasting, de ANBI-status en de statutaire doelstellingen en bepalingen van Het Poortje Jeugdinrichtingen.

Momenteel vindt op landelijk niveau overleg plaats tussen onder meer het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Veiligheid & Justitie, het Ministerie van Financiën en sectorale belangenbehartigingsorganisaties ten aanzien van de hierboven geschetste fiscale problematiek. Over de eventuele uitkomsten van dit overleg, meer in het bijzonder of en onder welke voorwaarden vennootschapsbelastingplicht kan worden afgewend, is thans nog niets inhoudelijks bekend.

Om voornoemde reden heeft Het Poortje Jeugdinrichtingen geen rekening gehouden met een eventuele vennootschapsbelastingplicht in de jaarrekening.                

Coulanceregeling slachtoffers Commissie Samson
De commissie Samson heeft in 2012 een rapport uitgebracht naar aanleiding van onderzoek naar seksueel misbruik in de Jeugdzorg. Inmiddels heeft dit geleid tot een tijdelijke regeling voor financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen. Aangezien er op voorhand geen rekening wordt gehouden met meldingen van slachtoffers die terug te herleiden zijn tot het verblijf bij Het Poortje in het verleden en daarnaast de daaruit voortvloeiende eventuele financiële verplichtingen niet goed in te schatten zijn, heeft Het Poortje hiervoor geen voorziening getroffen.                                                

6.6 Toelichting op de resultatenrekening

6.6.1 Gesegmenteerde resultatenrekening over 2016

Segment 1 - JUVAID

(in euro's)

Segment 1 - JUVAID
    2016   2015
OPBRENGSTEN:        
Subsidie Jeugdzorg   10.979.262   11.022.230
Overige bedrijfsopbrengsten   4.131   43.851
Som der bedrijfsopbrengsten   10.983.392   11.066.081
         
LASTEN:        
Personeelskosten   6.804.502   6.421.916
Afschrijvingen op materiële en financiële activa   148.429   277.009
Overige bedrijfskosten   4.201.252   4.293.647
Som der bedrijfslasten   11.154.183   10.992.571
         
BEDRIJFSRESULTAAT   ‑170.790   73.510
Financiële baten en lasten   ‑887   ‑837
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING   ‑171.677   72.673
         
RESULTAAT BOEKJAAR   ‑171.677   72.673
         
RESULTAATBESTEMMING        
Het resultaat is als volgt verdeeld:   2016   2015
Bestemmingsreserve   ‑52.416   77.518
Bestemmingsfondsen   ‑119.261   ‑4.845
    ‑171.677   72.673

Nadere toelichting op Segment 1 - Juvaid (Ministerie van Veiligheid en Justitie)

Beschrijving van de belangrijkste subsidievoorwaarden
De algemene subsidieregels voor de particuliere inrichtingen zijn neergelegd in het Besluit van 23 december 2010 houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan particuliere justitiële jeugdinrichtingen (Subsidiebesluit justitiële inrichtingen) (Staatsblad 2011,1). Op de subsidieverlening is tevens de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De minister verstrekt de particuliere inrichting een subsidie voor de kosten van de exploitatie van de inrichting. De exploitatiesubsidie wordt bepaald door de door de minister vastgestelde normprijzen te vermenigvuldigen met de vastgestelde capaciteit. Naast de subsidie in de exploitatiekosten kan de minister een particuliere inrichting een subsidie verstrekken voor bouwprojecten of voor bijzondere projecten of doeleinden.

Beschrijving van de wijze van kostentoerekening
Bij de verdeling van de resultatenrekening per bedrijfssegment is aangesloten op de activiteiten van het bedrijfsproces. De verdeling van indirecte kosten over de te onderscheiden segmenten geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten:                   

  • Ministerie van OCW op basis van vooraf vastgestelde kosten:
    Indirecte personeelskosten € 459.750
    Indirecte overige kosten € 90.251
  • De indirecte kosten onderwijs worden aan het Ministerie van OCW doorbelast vóór het toedelen van de indirecte kosten aan het Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten 

Indirecte kosten opgenomen in Juvaid (ministerie Veiligheid & Justitie)

  • Indirecte personeelskosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis 37,5%-62,5%: € 1.288.734                                            
  • indirecte materiële kosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 66.042   
  • indirecte overige kosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 587.395    
  • indirecte inkomsten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 953    
  • Totaal indirecte last verdeeld: € 1.943.124 
  • De procentuele verhoudingen tussen het Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten is algemeen vastgesteld op 37,5%-62,5%: 37,5%      

​Beschrijving van de belangrijkste prestatieafspraken en de realisatie daarvan
Verwezen wordt naar het maatschappelijk jaarverslag 2016.                             

Segment 2 - PORTALIS

(in euro's)

Segment 2 - PORTALIS
    2016   2015
OPBRENGSTEN:        
Subsidie Jeugdzorg   4.991.111   4.928.583
Overige bedrijfsopbrengsten   74.122   4.714
Som der bedrijfsopbrengsten   5.065.233   4.933.297
         
LASTEN:        
Personeelskosten   4.390.579   3.929.773
Afschrijvingen op materiële en financiële activa   35.803   71.809
Overige bedrijfskosten   773.002   602.506
Som der bedrijfslasten   5.199.384   4.604.087
         
BEDRIJFSRESULTAAT   ‑134.151   329.210
         
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING   ‑134.151   329.210
         
RESULTAAT BOEKJAAR   ‑134.151   329.210
         
RESULTAATBESTEMMING        
Het resultaat is als volgt verdeeld:   2016   2015
Bestemmingsreserve   ‑134.151   329.210
    ‑134.151   329.210

Nadere toelichting op Segment 2 - Portalis (Ministerie van OCW)

Beschrijving van de belangrijkste subsidievoorwaarden
Portalis, de specialisatie Onderwijs en Arbeidstoeleiding van Het Poortje Jeugdinrichtingen, ontvangt subsidie op basis van de regeling bekostiging justitiële jeugdinrichtingen (V)SO ZMOK met als grondslag de Wet op de expertisecentra, besluit bekostiging WPO en WEC. Artikel 36. Justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg verbonden aan scholen voor Cluster 4 is van toepassing. 

Beschrijving van de wijze van kostentoerekening
Bij de verdeling van de resultatenrekening per bedrijfssegment is aangesloten op de activiteiten van het bedrijfsproces. De verdeling van indirecte kosten over de te onderscheiden segmenten geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten:                    

  • Portalis (Ministerie van OCW) op basis van vooraf vastgestelde kosten:  
    Indirecte personeelskosten € 459.750
    ​Indirecte overige kosten € 90.251

De indirecte kosten onderwijs worden aan het Ministerie van OCW doorbelast vóór het toedelen van de indirecte kosten aan het Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten.

Beschrijving van de belangrijkste prestatieafspraken en de realisatie daarvan
Verwezen wordt naar het maatschappelijk jaarverslag 2016.                                                 

Segment 3 - WILSTER (incl. Woodbrookers)

(in euro's)

Segment 3 - WILSTER (incl. Woodbrookers)
    2016   2015
OPBRENGSTEN:        
Subsidie Jeugdzorg   14.739.748   15.163.275
Overige bedrijfsopbrengsten   574.638   500.976
Som der bedrijfsopbrengsten   15.314.387   15.664.251
         
LASTEN:        
Personeelskosten   9.231.074   12.289.609
Afschrijvingen op materiële en financiële activa   258.110   282.936
Overige bedrijfskosten   5.189.423   3.447.625
Som der bedrijfslasten   14.678.608   16.020.169
         
BEDRIJFSRESULTAAT   635.779   ‑355.918
         
Financiële baten en lasten   ‑2.461   2.991
         
RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSVOERING   633.318   ‑352.927
         
Buitengewone baten en lasten   0   0
         
RESULTAAT BOEKJAAR   633.318   ‑352.927
         
         
RESULTAATBESTEMMING        
Het resultaat is als volgt verdeeld:   2016   2015
Algemene reserve   633.318   ‑352.927
    0   0

Nadere toelichting op Segment 3 - Wilster (incl. Woodbrookers)

Beschrijving van de belangrijkste subsidievoorwaarden
De voorwaarden voor de lumpsumfinanciering  van JeugdhulpPlus staan beschreven in de 'Overeenkomst Jeugdhulp Plus' tussen de (colleges van de) 58 gemeenten in de provincies Friesland, Drenthe en Groningen en Het Poortje Jeugdinrichtingen. Met de invoering van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de zorg voor jeugdigen. De financiering wordt verstrekt aan de instelling ten behoeve van het verlenen van gesloten jeugdhulp aan jongeren  die een machtiging hebben als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.  

Beschrijving van de wijze van kostentoerekening
Bij de verdeling van de resultatenrekening per bedrijfssegment is aangesloten op de activiteiten van het bedrijfsproces. De verdeling van indirecte kosten over de te onderscheiden segmenten geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten: 

  • Portalis (Ministerie van OCW) op basis van vooraf vastgestelde kosten:
    Indirecte personeelskosten € 459.750
    Indirecte overige kosten € 90.251

    De indirecte kosten onderwijs worden aan het Ministerie van OCW doorbelast vóór het toedelen van de indirecte kosten aan het Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten.

Indirecte kosten opgenomen in Wilster (incl. Woodbrookers)

  • indirecte personeelskosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 2.147.890 
  • indirecte materiële kosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 110.070         
  • indirecte overige kosten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 978.991     
  • indirecte inkomsten: verdeling Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten op basis van 37,5%-62,5%: € 1.589          
  • Totaal indirecte last verdeeld: € 3.238.540    
  • De procentuele verhoudingen tussen het Ministerie van Veiligheid & Justitie en Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten is algemeen vastgesteld op 37,5%-62,5%: 62,5%  

Beschrijving van de belangrijkste prestatieafspraken en de realisatie daarvan
Verwezen wordt naar het maatschappelijk jaarverslag 2016.                                                  

6.6.2 Aansluiting totaal resultaat met resultaat segmenten

(in euro's)

Resultaat volgens gesegmenteerde resultatenrekeningen:   2016   2015
Segment 1 - JUVAID   ‑171.677   72.673
Segment 2 - PORTALIS   ‑134.151   329.210
Segment 3 - WILSTER (incl. Woodbrookers)   633.318   ‑352.927
    327.490   48.956
         
    327.490   48.956

6.6.3 Baten

10. Subsidies jeugdzorg

(in euro's)

10. Subsidies jeugdzorg
De specificatie is als volgt: Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
Rijkssubsidies 16.493.159   16.488.928   16.156.890
Gemeentelijke subsidies 14.414.780   14.353.330   14.957.198
  30.907.940   30.842.258   31.114.088

In de subsidie van gemeenten voor jeugdhulp en gecertificeerde instellingen is de subsidie verantwoord ten behoeve van de 24 plekkken Woodbrookers ad. € 2.783.762 verantwoord.                         

Nadere specificatie 10. Subsidies jeugdzorg

(in euro's)

Nadere specificatie 10. Subsidies jeugdzorg
    Realisatie 2016   Realisatie 2015
Rijkssubsidies        
Ministerie van Veiligheid en Justitie   10.998.262   11.001.223
Ministerie van Veiligheid en Justitie inzake ESF   250.000   597.482
Ministerie van OCW   4.584.855   4.298.391
Ministerie van VWS   660.043   259.794
    16.493.159   16.156.890
Gemeentelijke subsidies        
Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten   14.055.299   14.208.480
Gemeente Groningen   191.016   189.070
Gemeente Smallingerland   46.240   55.811
Buitenregionale gemeenten   122.226   503.837
    14.414.780   14.957.198

11. Overige bedrijfsopbrengsten

(in euro's)

11. Overige bedrijfsopbrengsten
De specificatie is als volgt :   Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
Overige dienstverlening:            
Opbrengst DOK3   323.339   308.279   428.990
Vergoedingen Woodbrookers (1% handling fee en vergoeding bestuurder)   27.323   27.031   27.031
Teruggaaf Milieubelasting   746   25.000   36.573
             
Overige opbrengsten:            
Gemeente Leeuwarden   51.948   0   0
Stichting SWV:groeibekostiging   24.942   0   0
Stichting SWV:inzet medewerkers   48.533   0   0
Project Macedonië   4.200   0   40.200
Overige bedrijfsopbrengsten   3.850   0   1.314
Schadevergoedingen   137   0   ‑9.588
Businesscase O&U B&B   ‑29.947   0   0
Jeugdzorg monitor   0   0   11.408
Brain4use   0   0   7.113
Boekwinst verkoop activa   0   0   6.500
    455.072   360.310   549.542

De 'Opbrengst DOK3' betreft voornamelijk huurvergoedingen voor groepen en bijkomende accomodatiekosten en facilitaire dienstverlening, alsmede vergoeding van accomodatiekosten van geplaatste jongeren.

6.6.4 Lasten

12. Personeelskosten

(in euro's)

12. Personeelskosten
De specificatie is als volgt :   Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
Lonen en salarissen   11.641.710   12.247.698   14.486.577
Sociale lasten   2.023.337   1.997.843   2.344.914
Pensioenpremies   1.128.444   1.293.558   1.420.080
Andere personeelskosten   904.637   1.203.303   676.964
Subtotaal   15.698.128   16.742.401   18.928.535
Personeel niet in loondienst   1.695.654   1.118.773   1.685.411
Personeel niet in loondienst CEP   3.032.373   2.817.921   0
Personeel niet in loondienst Woodbrookers   2.087.822   2.027.351   2.027.351
    22.513.977   22.706.446   22.641.297
             
Specificatie gemiddeld aantal personeelsleden (in FTE) per segment:            
Segment 1: Juvaid   85   86   100
Segment 2: Portalis   41   43   41
Segment 3: Wilster   112   105   158
Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van FTE   238   234   299

Sinds 1 januari 2016 zijn de medewerkers van de ondersteunende diensten ondergebracht in Stichting Combinatie Elker - het Poortje. De loonkosten van deze stichting worden deels doorbelast aan het Poortje. De personeelskosten zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar en de begroting. Dit wordt veroorzaakt door minder inzet van personeel in loondienst. Daarentegen is hierdoor wel meer gebruik gemaakt van tijdelijk inhuur.   

13. Afschrijvingen vaste activa

(in euro's)

13. Afschrijvingen vaste activa
De specificatie is als volgt :   Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
- materiele vaste activa   442.342   609.419   562.676
    442.342   609.419   562.676

De afschrijvingslast is lager dan begroot omdat niet alle geplande investeringen zijn uitgevoerd. 

14. Overige bedrijfskosten

(in euro's)

14. Overige bedrijfskosten
De specificatie is als volgt :   Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
Huisvestingskosten            
Onderhoudskosten   851.649   785.520   1.174.958
Kosten huur en beheer   3.032.379   3.031.458   3.077.470
Overige huisvestingskosten   451.956   561.211   492.239
Dotatie/vrijval voorziening   268.324   268.324   268.324
Subtotaal huisvestingskosten   4.604.308   4.646.513   5.012.991
             
Automatiseringskosten            
Onderhoud en aanschaf software   622.299   411.000   459.443
Uitbesteding ICT-functie   292.816   220.000   203.067
Subtotaal automatiseringskosten   915.115   631.000   662.510
             
Apparaatkosten            
Kosten van administratieve en registratieve systemen   197.682   148.000   153.457
Zakelijke lasten   319.161   302.405   447.534
Kosten algemeen beheer   127.345   126.940   122.941
Overige algemene kosten   99.941   236.965   241.558
Overige algemene kosten Woodbrookers   695.941   675.784   675.784
Subtotaal apparaatkosten   1.747.974   1.772.457   1.923.459
             
Verzorgingskosten            
Voeding   573.753   597.852   581.501
Behandeling en opvoeding   29.314   45.871   32.701
Vakantie & Vrije tijd   61.684   54.796   68.030
Onderwijsleermiddelen   143.708   135.215   131.662
Subtotaal verzorgingskosten   808.459   833.733   813.894
             
    8.075.856   7.883.703   8.412.854

15. Financiële baten en lasten

(in euro's)

15. Financiële baten en lasten
De specificatie is als volgt :   Realisatie 2016   Begroting 2016   Realisatie 2015
             
Rentebaten   0   500   5.503
Subtotaal financiële baten   0   500   5.503
             
Rentelasten   0   0   ‑774
Overige financiële lasten   ‑3.348   ‑3.500   ‑2.575
Subtotaal financiële lasten   ‑3.348   ‑3.500   ‑3.349
             
    ‑3.348   ‑3.000   2.154

Toelichting op de afwijking tussen realisatie en begroting:
Door de ICT projecten User Alta & ITEP (topdomein) zijn de automatiseringskosten hoger. De overige algemene kosten zijn lager door een vrijval in de voorziening voor onzekere buitenregionale omzet.                                                                                                                        

16. Bezoldiging bestuurder en toezichthouders

(in euro's)

16. Bezoldiging bestuurder en toezichthouders
    2016   2015
Bestuurders en voormalige bestuurders   314.738   334.996
Toezichthouders en voormalige toezichthouders   36.250   39.554
    350.988   374.550

De bezoldiging van bestuurders omvat periodiek betaalde beloningen, zoals salarissen, vakantiegeld en sociale lasten, beloningen betaalbaar op termijn, zoals pensioenlasten, uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en winstdelingen en bonusbetalingen, voor zover deze posten ten laste zijn gekomen van de stichting en alle meerderheidsdeelnemingen van de stichting. Sinds de bestuurlijke fusie vanaf 1 januari 2014 werden zowel Elker, het Poortje Jeugdinrichtingen als de Stichting Combinatie Elker-Het Poortje bestuurd door een tweehoofdige Raad van Bestuur bestaande uit W. Cnossen en J.P. van der Vlugt. Als gevolg van de reorganisatie is per 1 oktober 2016 de Raad van Bestuur van Elker, het Poortje Jeugdinrichtingen en de Stichting Combinatie Elker-Het Poortje gewijzigd in een eenhoofdig Raad van Bestuur bestaande uit dhr. W. Cnossen. Dhr. J.P. van der Vlugt is per deze datum uit dienst gegaan. In de toelichting op de bezoldiging van de Raad van Bestuur is de volledige bezoldiging opgenomen. Deze bezoldiging is evenredig verdeeld en verantwoord in de exploitatie van Elker en Het Poortje Jeugdinrichtingen.

Daarnaast is er sinds de bestuurlijke fusie op 1 januari 2014 een nieuwe gezamenlijke Raad van Toezicht ontstaan voor Het Poortje Jeugdinrichtingen, Elker en de Stichting Combinatie Elker-Het Poortje. Deze nieuwe Raad van Toezicht is samengesteld uit leden die reeds zitting hadden in de Raad van Toezicht van Elker en Het Poortje Jeugdinrichtingen. In de toelichting op de bezoldiging van de Raad van Toezicht is de volledige bezoldiging opgenomen van de toezichthouders. Deze bezoldiging is evenredig verdeeld en verantwoord in de exploitatie van Elker en Het Poortje Jeugdinrichtingen. Zie voor een toelichting van de nevenfuncties van de leden van de Raad van Toezicht paragraaf 4.3 van het jaarverslag.                                        

17. Wet Normering Topinkomens (WNT)

17. Wet Normering Topinkomens (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Op zorginstellingen zijn aanvullende wet- en regelgeving vanuit het ministerie van VWS van toepassing. De wetgeving vanuit het ministerie van VWS is per 1 januari 2016 aangepast. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Elker, Het Poortje Jeugdinrichtingen en Stichting Combinatie Elker-Het Poortje van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de zorg op basis van de score en indeling in klasse.

Het bezoldigingsmaximum in 2016 voor Elker, Het Poortje Jeugdinrichtingen en Stichting Combinatie Elker-Het Poortje is bezoldigingsklasse III: € 145.000. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. Hierbij kan voor de berekening de omvang van het dienstverband kan nooit groter zijn dan 100% (1,0 fte). Uitzondering hierop is het WNT-maximum voor de leden van de Raad van Toezicht; dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum.

De bezoldiging leden van de Raad van Bestuur over het jaar 2016 voor de verantwoording WNT is als volgt (in euro's):

De bezoldiging leden van de Raad van Bestuur over het jaar 2016 voor de verantwoording WNT is als volgt (in euro's):
    W. Cnossen   J.P. van der Vlugt
         
Functionaris (functienaam)   Voorzitter   Lid
Datum in de functie van Raad van Bestuur (datum Elker * of Het Poortje **)   * 1/7/06   ** 1/4/08
         
Gegevens 2016        
In dienst tot (datum)   n.v.t.   1/10/16
Omvang dienstverband (in fte)    1,0     1,0 
Gewezen topfunctionaris?   Nee   Nee
(Fictieve) dienstbetrekking?   Nee   Nee
         
Individueel WNT maximum   145.000   108.849
Bezoldigingsklasse   III   III
         
Beloning   150.073   115.217
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   11.571   8.652
         
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2016   161.644   123.869
         
Gegevens 2015        
In dienst tot (datum)   n.v.t.   n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte)    1,0     1,0 
         
Beloning   149.982   145.047
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   11.420   11.375
         
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2015   161.402   156.422

De WNT is niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst, aangezien deze nog vóór de inwerkingtreding van de sectorale WNT-2 is ondertekend en is gebaseerd op afspraken die al vóór aanname wetsvoorstel WNT-2 door de Tweede Kamer zijn gemaakt. Daarom valt deze bezoldiging vanaf 1 januari 2016 onder het overgangsrecht van de WNT en is toegestaan gedurende maximaal vier jaar. Uiterlijk vanaf 1 januari 2020 zal de onderhavige bezoldiging worden aangepast naar het niveau van de dan geldende WNT-norm.

De bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht over het jaar 2016 voor de WNT is als volgt (in euro's):

De bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht over het jaar 2016 voor de WNT is als volgt (in euro's):
    G. de Vries-Leggedoor   K.H. Koops   A. van der Heide   M.E. Kalverboer
                 
Functionaris (functienaam)   Voorzitter   Vice voorzitter   Lid   Lid
Datum in de functie van Raad van Toezicht (datum oudleden Raad van Toezicht Elker * of Het Poortje **)   ** 21/11/06   * 1/1/10   ** 1/11/11   *1/9/11
                 
Gegevens 2016                
In dienst tot (datum)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   15/5/16
Omvang dienstverband (in fte)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
                 
Individueel WNT maximum   21.750   14.500   14.500   5.363
Bezoldigingsklasse   III   III   III   III
                 
Beloning   7.500   6.250   5.000   2.500
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   0   0   0   0
                 
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2016   7.500   6.250   5.000   2.500
                 
Gegevens 2015                
In dienst tot (datum)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
                 
Beloning   7.500   6.250   5.000   5.000
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   0   0   0   0
                 
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2015   7.500   6.250   5.000   5.000

    T.R.A. Lycklama à Nijeholt   G.C. Bruins - Slot   F.C. van den Berg   J. Dijkstra
                 
Functionaris (functienaam)   Lid   Lid   Lid   Lid
Datum in de functie van Raad van Toezicht (datum oudleden Raad van Toezicht Elker * of Het Poortje **)   ** 13/2/07   1/7/15   30/9/15   1/2/16
                 
Gegevens 2016                
In dienst tot (datum)   1/2/16   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
                 
Individueel WNT maximum   1.232   14.500   14.500   13.268
Bezoldigingsklasse   III   III   III   III
                 
Beloning   417   5.000   5.000   4.583
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   0   0   0   0
                 
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2015   417   5.000   5.000   4.583
                 
Gegevens 2015                
In dienst tot (datum)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte)   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
                 
Beloning   5.000   2.500   5.000   0
Belastbare onkostenvergoedingen   0   0   0   0
Beloningen betaalbaar op termijn   0   0   0   0
                 
Totaal bezoldiging in het kader van de WNT 2015   5.000   2.500   5.000   0

De verantwoorde bedragen bij de bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht zijn zoals voorgeschreven in de WNT zonder BTW opgenomen. Voor nadere toelichting op de bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders wordt verwezen naar de toelichting op de bezoldiging bestuurders en toezichthouders onder punt 16.

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband over het jaar 2016 voor de verantwoording WNT is als volgt (in euro's):

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband over het jaar 2016 voor de verantwoording WNT is als volgt (in euro's):
    J.P. van der Vlugt
     
Functie gedurende dienstverband   Lid Raad van Bestuur
Omvang dienstverband (in fte)    1,0 
Jaar waarin dienstverband is beëindigd   2016
     
Individueel WNT-maximum ontslaguitkering   75.000
Bezoldigingsklasse   III
     
Uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband   29.225
Waarvan betaald in 2016   5.870

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2016 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2016 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

18. Honoraria accountant

(in euro's)

18. Honoraria accountant
    2016   2015
1. Controle van de jaarrekening   82.326   60.000
2. Overige controlewerkzaamheden   7.562   0
3. Fiscale advisering   0   2.871
4. Niet-controlediensten   2.192   10.067
    92.080   72.938

19. Transacties met verbonden partijen

19. Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de instelling, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen. Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag. 

De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders is opgenomen onder punt 16.                                        

20. Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

20. Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De Raad van Bestuur van Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen heeft de jaarrekening 2016 vastgesteld in de vergadering van 8 mei 2017.

De Raad van Toezicht van de Stichting Het Poortje Jeugdinrichtingen heeft de jaarrekening 2016 goedgekeurd in de vergadering van 10 mei 2017.

21. Gebeurtenissen na balansdatum

21. Gebeurtenissen na balansdatum

In 2017 hebben zich voor Het Poortje geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die verantwoord dienen te worden in de jaarrekening 2016.   

22. Ondertekening door bestuurder en toezichthouders

22. Ondertekening door bestuurder en toezichthouders
  W. Cnossen
Voorzitter Raad van Bestuur
Was getekend
  G. de Vries - Leggedoor
Voorzitter Raad van Toezicht
Was getekend
       
      K.H. Koops
Vice-voorzitter Raad van Toezicht
Was getekend
       
      A. van der Heide
Lid Raad van Toezicht
Was getekend
       
      G.C. Bruins Slot
Lid Raad van Toezicht
Was getekend
       
      J. Dijkstra
Lid Raad van Toezicht
Was getekend
       
      F.C. van den Berg
Lid Raad van Toezicht
Was getekend